Over eten: Oliedebatten

Antropoloog en foodie Yvette begeeft zich voor Blinde Paniek tussen de schappen en het fornuis om onze hedendaagse eetcultuur te duiden. Vandaag verdiept ze zich in de wondere wereld van de koolzaadolie(lobby). 

OlieHet internet opent een wereld van mogelijkheden, maar er zijn van die dingen waarvan je weet dat je het niet moet doen. Een nieuw opgekomen vlekje vlak naast je navel gaan googlen bijvoorbeeld – binnen een kwartier zit je snikkend met je moeder aan de lijn om afscheid te nemen. Of het lezen, en zelfs reageren op reaguurders onder welk krantenartikel dan ook – voor je het weet zit je tandenknarsend de toetsjes van je toetsenbord af te typen. Bij het onderzoeken naar wat mijn nieuwe, intrigerende fles koolzaadolie dan precies zou toevoegen in mijn leven, trapte ik toch nog in een val van gelijke aard. Door te zoeken op “koolzaadolie gezond” trok ik een blik voedseladviseurs van alle maten en vormen open waarvan ik het bestaan niet eens vermoedde. Zoals dat gaat met het internet, had ik vele uren later nog steeds geen idee wat ik ermee aan moest. Wel ben ik een nieuwe, akelige set aan “feiten” rijker die mijn dagelijkse supermarktexpeditie bemoeilijkt: de ellenlange lijst met vetten en oliën en al hun toepassingen, hun positieve kenmerken en kwaadaardige eigenschappen.

Move over, olijfolie

Het begon allemaal toen ik thuis kwam met een fles met daarop in grote letters “Koolzaadolie: Hollands Goud”. Koude persing, puur, en een rijtje positieve feitjes over smaak en toepassing. Mijn artikel hing al in de lucht, over nationalisme maar ook duurzaam lokalisme. Prachtig. Een Nederlands product van gouden koolzaadvelden, benadrukt door een klein rood-wit-blauw hoekje. Move over, olijfolie. Het kan in dressings, bakt groenten en vlees als de beste en (en toen werd ik helemaal enthousiast) het kan in “smeuïge cake of taart”. De website van Hollands Goud stipte nog meer mooie punten aan. Over duurzaamheid bijvoorbeeld: van het telen van koolzaad wordt iedereen blij. De bodem en het grondwater schijnen er beter van te worden, de bijen worden er gelukkig van, en van wat er overblijft na het persen wordt supergezond veevoeder gemaakt, als wel stro om op te liggen (koeien liggen volgens de vereniging van koolzaadtelers het liefst in een bed van koolzaadstro, dat u het weet.) Bovendien wordt het in Nederland geteeld en geperst, wat de nodige foodmiles bespaart. Veel duurzamer wordt het niet.

De nadruk op hoe gezond koolzaadolie wel niet is, zat me toch een beetje dwars. Ik geloof heilig in een gezonde balans van vetten, koolhydraten en eiwitten, maar om een fles olie als “gezond” te bestempelen (zijn schapgenoten in de supermarkt waren overigens allen voorzien van het “Ik kies bewust-label”) gaat me een beetje te ver. Het is niet alsof een kopje olie per dag ziektes en kwalen op afstand houdt. Nadere bestudering van de website brengt aan het licht dat het boordevol omega 3 en 6 zit – vetzuren die we blijkbaar zelf niet helemaal aanmaken en daarom uit andere stoffen halen. Ik google nog even verder, maar het is al te laat: voor ik het weet zit ik tot over mijn oren in de foodfanatici.

Verkeerde verhouding omega’s 

Koolzaadolie is puur gif, schreeuwen de tegenstanders van hun felgekleurde websites, die vaak ageren tegen alle uitwassen van de voedselindustrie. Al eerder verbannen door voedselautoriteiten onder de noemer “canola oil” (de genetisch gemodificeerde Amerikaanse variant), voorspelt dit voor de nieuwe variant weinig goeds, zo redeneren zij. (Sowieso raad ik iedereen af om “canola oil + unhealthy” op te zoeken op het net. Je zou denken dat we het over de betere mengsels voor gifmoordenaars hebben in plaats van een ingrediënt voor dressing.) De mildere tegenstanders wijzen op de blijkbaar verkeerde verhouding tussen de beide omega’s, en het probleem dat we in ons dagelijks dieet al te veel linolzuur (een omega) binnenkrijgen. En daar blijft het niet bij: de omega’s blijken niet zo goed tegen verhitting te kunnen, en dan in boosaardige stofjes te veranderen.

quote

De voorstanders zijn echter ook wijdverbreid. Alhoewel, na enig doorzoeken blijkt daar meestal ook een commercieel belang mee gediend – de vereniging van koolzaadtelers deelt zijn opgedane kennis over duurzaamheid, gezondheid en toepassingen van koolzaadolie maar al te graag. Daar kan ik dus niet zoveel mee. Iets verder pluizend door het web van elkaar tegenstribbelende feitelijkheden kom ik gelukkig een sprankje hoop tegen. De inwoners van Okinawa, dat eilandje met die stokoude Japanners, bakken vrijwel uitsluitend met koolzaadolie. Hoewel dit waarschijnlijk niet de reden is dat ze zo enorm oud worden, vallen ze er nu ook niet bepaald met bosjes dood neer. Voldoende bewijs voor mij: zolang je er geen fles per week van wegwerkt, zal het allemaal wel weer meevallen.

Smaaktest

Nu ik in ieder geval weet dat sommige mensen er heel oud mee worden, waag ik me aan een smaaktest. Lekker in dressings, zo meldt het etiket. De pure olie is licht nootachtig, maar zeker niet zo sterk als een echte notenolie. Ergens las ik ook ‘grassig’, zelf proef ik dat niet heel duidelijk. De lichte smaak zal zeker in een dressing niet misstaan, maar een goede olijfolie verslaat het niet. Voor bakken en braden is er ook een olie, maar die heeft alleen een emulgator tegen het spetteren. Al met al zijn we een heel stuk verwijderd van de ongezonde en naar verluid smerig smakende koolzaadolie van weleer. Is het nu nog steeds ongezond? Ik heb mijn twijfels: olie, wat voor soort dan ook, is in grote hoeveelheden altijd ongezond en dik makend, maar in kleine hoeveelheden zal je hier niets van oplopen. Heeft het de magische krachten die de producenten eraan toedichten? Nee, dat geloof ik niet. Duurzaam is het waarschijnlijk wel, al is het alleen maar omdat het om de hoek wordt geproduceerd. Maar in vredesnaam, google nooit naar voedselcomplottheorieën, want voor je het weet leef je alleen nog op door kristallen gefilterd bronwater. 

 

Heb je een tip voor Yvette – een obscuur ingredient, een walgelijk kant-en-klaar gerecht, een groente die zo vergeten is dat ‘ie voor uitgestorven werd versleten – schroom niet om te mailen naar Blinde Paniek!

Yvette

auteur: Yvette (1985) is cultureel antropoloog en studeerde af op het gebied van eten, etniciteit en identiteit. Ze houdt zoveel van taarten bakken dat ze regelmatig met een taart-overschot kampt en woont in Haarlem met haar vriend en een te dikke kat (niet taart-gerelateerd). In het dagelijks leven krijgt ze betaald om studenten te helpen hun studie door te komen en in haar vrije tijd houdt ze zich bezig met koken, eten fotograferen en daar dan weer over schrijven.

 

Advertenties