Journalistiek in het digitale tijdperk: Ernst-Jan Pfauth

 De journalistiek verkeert sinds de opkomst van nieuwe media in zwaar weer.  Gevestigde instituten en hun verdienmodellen blijken niet bestand tegen de digitalisering; nieuwe vormen van journalistiek dienen zich aan. Het resultaat is een radicaal veranderend, en daardoor soms verwarrend, nieuwslandschap. In drie interviews helpen een onderzoeker, een uitgever een hoofdredacteur de verwarde lezer (en de toekomstige journalist) deze ontwikkelingen duiden. 

Foto: Roger Cremers

Foto: Roger Cremers

In februari sprak Blinde Paniek-redacteur Sacha met blogger Ernst-Jan Pfauth over de toekomst van kwaliteitsjournalistiek, de lezer als koning en de onmisbaarheid van blogs. Vlak daarna werd bekend dat Ernst-Jan uitgever van De Correspondent is geworden.

De journalistiek is in beweging. Wat kunnen we verwachten van de toekomst?

”Het gratis nieuws zoals we dat nu kennen zal niet veranderen. Ik verwacht wel iets meer bewegend beeld, zoals gifs en video’s, dus het zal visueler en oppervlakkiger worden. Het is de kwaliteitsjournalistiek waarbinnen grote veranderingen zullen optreden. Zo worden bijvoorbeeld merken [zoals gevestigde kranten en bladen, red.] veel minder belangrijker. Ik denk dat er een verschuiving naar onderwerpen en auteurs gaat plaatsvinden. Want als een journalist een leuke blog bijhoudt over een thema dat ik interessant vind, dan lees ik het net zo lief daar en niet omdat het in De Groene Amsterdammer staat.”

De journalist treedt dus naar de voorgrond.

“Niet alleen. Want er zal ook veel meer gekeken worden naar de wensen van het publiek. Een goed voorbeeld daarvan zijn de ontwikkelingen bij het Amerikaanse opinieblad The New Republic. Chris Hughes, de mede-oprichter van Facebook die nu The New Republic heeft gekocht, vertelde tijdens een toespraak op Harvard veel meer in te willen zetten op servicegerichte journalistiek. Hij heeft gezegd meer te gaan kijken naar wat de lezer wil en ervoor te zorgen dat de lezer dat dan ook krijgt. Dit in plaats van een pakketje artikelen af te leveren waar de lezer het maar mee te doen heeft.

citaat ejp 1

In Nederland zien we dat het NRC inspeelt op de behoeftes van de lezer met de NRC Reader. Die is bedacht vanuit de gedachte dat als mensen niet meer willen betalen voor een pak papier, ze misschien wel willen betalen voor iets anders. En ik denk dat dat een logische gedachte is als je weet dat 60% van de mensen die bij NRC opzegt dat doet uit tijdgebrek, dan lijkt het me logisch dat je iets verzint wat minder tijd kost.” 

De lezer wordt op zijn wenken bediend?

”Meer en meer.” (Zuchtend) “Alleen is de verspreiding van goede stukken nu rampzalig.” (Hier maakt Ernst-Jan zich plotseling boos) “Dat het nog steeds niet mogelijkheid is om artikelen per stuk te kunnen kopen is belachelijk! Het is gewoon geen prioriteit. Kranten maken winst, dus er is geld zat! Maar papier is nog altijd de moneymaker. De investeerders steken alleen daar geld in en durven niet te investeren in iets wat niet meteen geld op gaat leveren. Als kranten zelfstandige bedrijven waren geweest, dan was die mogelijkheid er allang geweest.”

“Het probleem met de mediawereld is dat de oude mediawereld nog steeds heel erg voor kwaliteit staat, omdat ze daar de resources voor hebben. De nieuwe mediawereld die komt met allemaal nieuwe hele goeie modellen, maar mist de kwaliteit. Als dat samengaat, dan wordt het interessant. Stel je voor dat het concept van De Nieuwe Pers [waarbij lezers zich kunnen abonneren op individuele journalisten, red.] geldt voor alle journalisten in Nederland! Dan kun je een abonnement nemen op Grunberg’s voetnoot, op de column van Bas Heijne, op wie dan ook. Dat is dan toch een fantastisch model? Dus ik wacht op het moment dat die twee werelden bij elkaar komen. De Correspondent kan alleen maar een succes worden als daar fantastische journalisten voor schrijven, voor De Nieuwe Pers geldt hetzelfde.” 

Je zegt wel dat er genoeg geld is, maar het is een moeilijke tijd voor de journalistiek. Oplages lopen terug, redacties dunnen steeds verder uit. Is er in de toekomst nog wel geld voor kwaliteitsjournalistiek?

”Ik denk dat mensen weer zullen gaan betalen voor journalistiek. Over een jaar maken we allemaal magazines die we allemaal via de Newsstand van Apple makkelijk kunnen verkopen. Mensen die nu genoeg hebben aan nu.nl zullen nooit gaan betalen voor nieuws, maar die kochten vroeger ook al geen krant. Mensen die wel geïnteresseerd zijn in goeie journalistiek zullen er nu weer voor gaan betalen. Net zoals we nu ook weer betalen voor muziek en film – deden we tien jaar geleden ook niet. Ik hoef alleen maar te klikken en ik kan luisteren en kijken wat ik wil. Het kost me een paar euro en ik heb een schoon geweten, prima!”

Maar op dit moment slinkt de markt, en daarmee het aantal plekken waarop journalistiek bedreven kan worden. Wat voor perspectief biedt dat voor beginnende journalisten?

“Inderdaad, met de School voor Journalistiek volgen, een beetje stukjes tikken en stage lopen kom je er niet meer. Je moet nu zo verschrikkelijk goed zijn dat kranten jou bellen, dus je moet daarvoor al laten zien hebben waarom jouw stukken de moeite waard zijn. Desnoods ga je drie dagen per week achter de bar staan, als je die andere vier dagen maar stukken schrijft die op de voorpagina van de Volkskrant zouden kunnen staan.”

citaat ejp

”Als je vroeger journalist was, had je veel meer vrijheid. Als je een foutje maakte, dan kreeg je daar misschien een ingezonden brief over. Maar tegenwoordig wordt je er direct op afgerekend. Ik denk dat je als journalist bij bijvoorbeeld een initiatief als De Nieuwe Pers veel meer afgerekend kan worden op kwaliteit, omdat je veel zichtbaarder bent.”

”Het voordeel is dan weer dat je in deze tijd heel makkelijk kan laten zien wat je doet. Volgens mij zijn mensen die nu niet bloggen niet gemotiveerd om journalist te worden. Als het goed is wil je als journalist niets liever dan schrijven, verhalen vertellen. Nu hebben we als eerste generatie de mogelijkheid om dat op elk moment, op wat voor manier we maar willen te doen. Als je die kans niet grijpt, dan ben je geen journalist.” 

Lees ook het eerste interview in deze serie: 

Journalistiek in het digitale tijdperk: Bas Broekhuizen

 

SachaAuteur: Sacha (1987) is een klein meisje met een grote mond. Met wortels in Moskou, Los Angeles en Leiderdorp brengt ze het liefst tijd door in haar natuurlijke habitat: op haar eigen bank in Amsterdam. Ze studeerde filmproductie en scenario-schrijven en rondde vorig jaar de master Film Studies af. Tegenwoordig is ze freelance journalist en dramaturg met een grote voorliefde voor breien en biggetjes.


Advertenties