Journalistiek in het Digitale Tijdperk: Rob Wijnberg

De journalistiek verkeert sinds de opkomst van nieuwe media in zwaar weer.  Gevestigde instituten en hun verdienmodellen blijken niet bestand tegen de digitalisering en nieuwe vormen van journalistiek dienen zich aan. Het resultaat is een radicaal veranderend, en daardoor soms verwarrend, nieuwslandschap. In drie interviews helpen een onderzoeker, een uitgever en een hoofdredacteur de verwarde lezer (en de toekomstige journalist) deze ontwikkelingen duiden. 

In deze laatste aflevering vertelt Rob Wijnberg, hoofdredacteur van De Correspondentover de individualisering van de journalistiek en waarom we weer zullen gaan betalen voor nieuws.

Rob Wijnberg

foto: Bob Bronshoff       

Wat maakt nieuws  “nieuws” voor jou?

“Nu is nieuws voornamelijk een verzameling in het oog springende gebeurtenissen, dingen die fout gaan of op de agenda staan. Wat ik mis, is de structuur er onder, een beetje meer van hoe de wereld werkt. Denk bijvoorbeeld aan de berichtgeving over de NS tijdens de winter. Elk jaar komt hetzelfde riedeltje voorbij: het is weer verkeerd bij de NS, er zijn veel boze reizigers en de minister zegt dat er iets aan gedaan moet worden. Maar wat ik eigenlijk wil weten, is hoe deze problemen precies ontstaan.

Schermafbeelding 2013-07-16 om 23.26.13Wat gebeurt er achter de schermen als het weer omslaat? Wat gebeurt er als mensen vastzitten in een trein? Door meer context te schetsen, creëer je ook meer begrip. Dan pas kan je de conclusie trekken dat deze situatie een kwestie van slecht management is, of misschien is het wel heel normaal voor een complexe organisatie dat dit ieder jaar gebeurt, of het is te verhelpen met meer technologie of meer investeringen. Zo leer je de uitzondering op de regel die nieuws meestal is op waarde schatten.”

Is dit mogelijk binnen de vorm waarin nieuws nu wordt gepresenteerd?

“De vorm van een krant dwingt tot een bepaalde inhoud. Als je die vorm laat varen, dan heb je ook meer mogelijkheden. Voor contextgerichte journalistiek is een digitaal medium zeer geschikt, omdat je hebt geen last hebt van genrebeperkingen – het maakt niet uit of je foto’s, video’s, illustraties of tekst gebruikt. En ook de deadline en de grootte van een nieuwsitem zijn flexibel. Bij een gewone krant heb je een aantal pagina’s dat gevuld moet worden en die op een bepaald tijdstip gedrukt moeten worden. Bij digitaal heb je geen vastomlijnde formats waar je aan vast zit.”

Is digitaal de toekomst van nieuws?

“De druk en distributie van een krant vormen 60% van alle kosten. Dat is eigenlijk absurd. De krant drukken en brengen is dus duurder dan de krant maken. Alleen al daarom denk ik dat gedrukt nieuws gaat verdwijnen. Bovendien is de omloopsnelheid van nieuws heel hoog geworden: alles staat op internet, nieuwsontwikkelingen worden meteen ge-update en via tv en streams heb je direct verbinding. Een krant kan geen nieuws blijven brengen op de manier waarop teletekst of nieuwssites dat doen, want dan wordt de krant gewoon een heel trage versie van nu.nl. Zo maak je van je zwakste punt, namelijk je snelheid, een nog groter en zichtbaarder probleem.”

De papieren krant gaat dus verdwijnen?

“Ik denk wel dat er markt blijft voor een papieren krant. Oude lezers willen namelijk nog wel een papieren krant. Jongere lezers niet. Daarom is vergrijzing van een krant zo’n groot probleem. Je kunt niet opeens tegen alle oudere lezers zeggen ‘Sorry, u krijgt geen papieren krant meer’. Dan krijg je heel veel opzeggingen, terwijl kranten juist erg afhankelijk zijn van die oudere krantenlezers. Om deze vicieuze cirkel van willen vernieuwen maar dit niet kunnen te doorbreken, zou je een risico moeten nemen.”

Waarom gebeurt dat niet? Is winst belangrijker dan vernieuwing?

“Als je eigenaren hebt die voornamelijk gericht zijn om op korte termijn de winst omhoog krijgen, dan nekt dat innovatie. Dat is het probleem van een dalende markt, zoals nu het geval is bij kranten. Innoveren wordt in zo’n geval belangrijker, maar tegelijkertijd worden bedrijven conservatiever. Ze gaan bezuinigen, waardoor het nog slechter gaat. Wederom dus een vicieuze cirkel.”

Schermafbeelding 2013-07-16 om 23.33.13

Willen we überhaupt nog wel betalen voor nieuws?

“Mensen willen niet betalen voor een verzameling persberichten, zoals op nu.nl. Maar wel voor een analyse van de financiële wereld door Joris Luyendijk, die daar twee jaar op heeft gestudeerd en honderden interviews heeft verricht. Ik weet wie hij is, ik ken zijn expertise, ik weet welke moeite hij in het artikel heeft gestoken, ik weet dat hij te vertrouwen is en ik weet dat hij goed schrijft. Volgens mij wil men dus wel betalen voor informatie die niet in een generieke zin is samen te vatten op internet. Informatie waarbij het er toe doet wie het je vertelt.

Daar zit een soort gedachte van specialisatie achter. Ik zou wel willen betalen voor interviews van iemand die heel erg goed is in interviews, of voor het werk van een geweldige fact-checker. Voor de specifieke interesses en expertises van deze mensen, voor hun visie op de wereld, zou ik wel willen betalen.”

Denk je dat de huidige generatie, die gewend is aan constant gratis nieuws, ooit voor nieuws zal willen betalen?

“Ze zijn op een andere manier juist niets gewend, omdat het gros van het gratis verkrijgbare nieuws helemaal niet interessant is. En een nog groter deel is helemaal niet bevredigend. Dus als je betere inhoud maakt, inhoud die mensen erg interesseert en die men de moeite waard vindt, waar ook echt moeite voor gedaan is – ik denk dat mensen wel bereid zijn daarvoor te betalen. Als ze de toegevoegde waarde zien.”

Welke veranderingen vallen jou op in het huidige nieuwslandschap?

“Je ziet dat een steeds grotere individualisering optreedt. Wat van oudsher nieuwsinstituten waren, zoals de grote kranten en het journaal, worden steeds verder afgebroken ten gunste van individuele journalisten en bloggers die hun persoonlijke kijk op de wereld tentoonspreiden. Je kijkt niet meer het nieuws van de BBC, maar je volgt Louis Theroux, Joris Luyendijk of Frits Wester in hun journalistieke werk. De Nieuwe Pers is daar een voorloper van. Je zou je kunnen voorstellen dat er over een paar jaar helemaal geen overkoepelende instanties meer bestaan, maar dat journalisten als het ware eenmanszaken zijn.”

Als dergelijke instituten verdwijnen, waar zullen toekomstige journalisten zich dan kunnen ontwikkelen?

“Het internet is een nieuw soort massamedium, dat legio aan mogelijkheden voor zelfontplooiing en -publicatie biedt. De toegevoegde waarde van een organisatie is dat mensen bij elkaar komen, van elkaar leren en met elkaar discussiëren en ideeën uitwisselen. Dat ontbreekt online. Ik denk wel dat journalisten die zich willen ontwikkelen er daarom altijd goed aan doen elkaar op te zoeken. Maar dat hoeft natuurlijk niet in de ouderwetse vorm van een krantenredactie.”

Een redactie is achterhaald?

“In veel opzichten zijn nieuwsredacties ouderwets. Alleen al door het feit dat redacties vaak zijn onderverdeeld in deelredacties die de wereld uit de 20ste eeuw weerspiegelen met afdelingen als ‘binnenland’, ‘buitenland’, ‘economie’ en ‘Den Haag’. Terwijl de wereld niet meer op te delen is in ‘Nederland’ en ‘buitenland’ – dat zijn tegenwoordig in elkaar overlopende dimensies. Deze organisatie stamt uit de jaren ‘80 van de vorige eeuw, waarin natiestaten nog de belangrijkste eenheden in de wereld vormden en Den Haag het politieke middelpunt van Nederland, terwijl dat tegenwoordig Brussel is.” 

Schermafbeelding 2013-07-16 om 23.19.56Wat is de redactie van de toekomst?

“Nu ik een redactie ontwerp van de grond af aan, leg ik veel minder nadruk op aanwezigheid en deadlines. Ik geef de redacteuren eerder de middelen om elkaar te vinden wanneer dat nodig is. Ik zou ze eerder een laptop geven zodat we kunnen Skypen, dan dat ik aankondig dat iedereen om acht uur aanwezig moet zijn voor een vergadering.”

Wat zou je beginnende journalisten die zich begeven in dit veranderende landschap aanraden?

“Mijn tip is er eentje die misschien vaag klinkt, maar eigenlijk heel concreet is. Namelijk: ontwikkel een eigen stem en weet waarom je journalist bent. Wat heeft je ertoe gebracht om dingen te willen vertellen aan anderen? Het is belangrijk dat je daar een idee over hebt, dat idee tot jouw drijfveer maakt en daar ook naar leeft. En je daar ook in specialiseert. Het klink misschien pathetisch, maar je moet je eigen innerlijke roeping vinden en dan alles in het werk stellen om daar de beste in te worden.”

Wat is jouw innerlijke roeping dan?

“Ik ben altijd erg geïnteresseerd geweest in hoe mensen denken. Daarom probeer ik mensen inzicht te bieden in de logica en drijfveren van mensen die heel anders denken dan zij. Ook probeer ik onbewuste denkpatronen van mensen bloot te leggen. Ik denk dat begrip van hoe je zelf denkt en waarom je zo denkt – en hoe anderen denken en waarom ze zo denken – meer begrip voor elkaar oplevert. Dus probeer ik op allerlei manieren, in zowel mijn publicaties als binnen De Correspondent, daar een bijdrage aan te leveren. De meeste informatie die beschikbaar is in de media, is vaak stereotype-bevestigend. Dit doorbreken vind ik het belangrijkste van wat ik doe.” 

Maar zelfs met een innerlijke roeping heb je het als beginnend journalist moeilijk op de overvolle arbeidsmarkt.

“Het is niet alsof je je in vergelijking met tien jaar geleden heel anders moet gedragen om een goeie journalist te worden. Het is een kwestie van heel nieuwsgierig zijn en veel oefenen. Wees ook vindbaar: begin een blog waarop je laat zien wat je kunt. En vervolgens moet je proberen achter je doelen aan te gaan. Ik denk dat veel ambities al sneuvelen voordat ze geprobeerd zijn, omdat mensen bang zijn dat ze het niet halen of kunnen en het gewoon niet proberen. Dat is het domste wat je kunt doen. Wie niet waagt, die niet wint.”

Maar je bent toch onzichtbaar in die oneindige blogosphere?

“Er is natuurlijk geen garantie dat je opgemerkt wordt! Maar dan is het dus een kwestie van beter worden dan de rest.”

Lees ook de andere twee interviews in deze serie: 

Journalistiek in het digitale tijdperk: Bas Broekhuizen

Journalistiek in het digitale tijdperk: Ernst-Jan Pfauth

 

SachaAuteur: Sacha (1987) is een klein meisje met een grote mond. Met wortels in Moskou, Los Angeles en Leiderdorp brengt ze het liefst tijd door in haar natuurlijke habitat: op haar eigen bank in Amsterdam. Ze studeerde filmproductie en scenario-schrijven en rondde vorig jaar de master Film Studies af. Tegenwoordig is ze freelance journalist en dramaturg met een grote voorliefde voor breien en biggetjes.


[plulz_social_like width=”350″ send=”false” font=”arial” action=”like” layout=”standard” faces=”false” ]

Advertenties