Over eten: een chocorozijn

Antropoloog en foodie Yvette begeeft zich voor Blinde Paniek tussen de schappen en het fornuis om onze hedendaagse eetcultuur te duiden. Deze keer vertelt ze over de geheime betekenis van chocoladerozijnen.

Chocorozijn

We kunnen eindeloos discussiëren over eten: over authentieke bereidingswijzen, de beste ingrediënten, over voedingswaarde en gezondheid. We kunnen ons druk maken over de politieke machtsspelletjes die de voedingsindustrie beïnvloeden en vice versa. Er wordt ontzettend veel gepraat over duurzaamheid, over biologische producten en fair trade keurmerken. Kortom, er is nogal veel om je druk over te maken, en terecht: we kunnen nu eenmaal niet zonder. Maar nu wil ik het hebben over een wat minder belicht onderwerp: de rol van eten in liefde en herinnering.

Mijn oma van moederzijde zou makkelijk door kunnen gaan voor het prototype grootmoeder. Ik kan me geen betere model-oma voorstellen, echt, we hebben het hier over basisprincipes: mijn oma had een huis waarin alles mocht. Tenten bouwen van oude gordijnen midden in de gang of naar snuisterijen zoeken in geheimzinnige kastjes en op zolder (die rook naar geschiedenis). Ergens in de chaos die mijn broertje en ik daar aanrichtten, scharrelde mijn oma tussen de keuken en huiskamer heen en weer.

Schermafbeelding 2013-07-16 om 23.51.53In mijn herinnering zijn de geuren die uit de keuken komen levensecht: mijn oma’s draadjesvlees (legendarisch, ik heb tot op heden geen idee hoe ik het zo moet laten smaken), tomatensoep (cup-a-soup uit een pakje met blokjes jong belegen – mijn oma had weinig culinaire pretenties) en chocolademelk, gemaakt met een prutje van Droste cacao, suiker en melk met velletjes (maar die viste mijn oma eruit en slurpte ze op). Mijn oma kon simpelweg niet anders dan ons tot op het bot verwennen, en dat deed ze met grote zorgzaamheid, liefde en een enorme berg eten.

Die chocolademelk smaakte alleen zo bij mijn oma. Grote mokken donkere chocolademelk, vergezeld van schaaltjes met koekjes, in stukken gehakte bonbon bloc, sinassnippers en chocoladerozijnen. Ik ben nog steeds dol op chocoladerozijnen en sinassnippers. Er zijn natuurlijk vele dingen minstens even lekker, maar die smaken niet naar woensdagmiddagen bij mijn oma. Eten – met name chocola, zo kan vermoed ik elke vrouw beamen – heeft de eigenschap om behoeften te bevredigen, maar dit wil niet zeggen dat het altijd nodig is. Zo weet ik meestal het vak met de chocoladerozijnen wel te vermijden of mijzelf verstand in te praten mocht ik er toch opeens voor staan. Chocoladerozijnen hebben een speciale betekenis: niet alleen stellen ze mijn acute snaaitrek gerust, ook trekken ze me terug naar mijn jeugd bestaande uit gordijntenten, scharrelende oma’s en soep met stukjes kaas.

Beter een chocorozijn in je hand

Mijn oma was helemaal geen echte kok. Koken was voor haar een noodzakelijkheid; een manier om ingrediënten te veranderen in iets eetbaars. Maar het was ook een middel om te zorgen voor anderen – en dat was wat ze het liefste deed. Mijn koken verschilt veel met dat van mijn oma. Ik houd enorm van in de keuken staan, speel met ingrediënten en kook geen twee keer hetzelfde. Maar ook ik kook om te zorgen voor anderen en mijzelf. Het is door deze zorgzame, rituele handeling en het feit dat eten al onze zintuigen raakt, dat we bepaald eten herinneren, gevuld met verhalen en gevoelens. Chocoladerozijnen zijn voor mij instant-liefde, kleine zoete stukjes kindertijd in een chocoladeverpakking.

Toen ik al lang en breed op kamers woonde, bleef mijn oma kilo’s draadjesvlees invriezen en gaf ze het mee als ik op visite kwam. Dan had ze meestal ook wat chocoladerepen voor mijn vriend verzameld en het was onmogelijk te vertrekken zonder. Als ik er was, mocht ik nog steeds zelf mijn chocolademelk maken. De geur van mijn oma’s huis trekt na twee jaar uit de spullen die ik heb meegenomen nadat ze is overleden. Langzaam ruikt het steeds meer naar mij, en steeds minder naar oma. Maar als ik mijn ogen sluit, en in gedachten wandel van mijn oma’s woonkamer naar de keuken, knabbelend op een handje chocoladerozijnen en onderzoekend wat er nog meer pruttelt in de keuken, dan ben ik in één keer terug.

 

Heb je een tip voor Yvette – een obscuur ingredient, een walgelijk kant-en-klaar gerecht, een groente die zo vergeten is dat ‘ie voor uitgestorven werd versleten – schroom niet om te mailen naar Blinde Paniek!

Yvette auteur: Yvette (1985) is cultureel antropoloog en studeerde af op het gebied van eten, etniciteit en identiteit. Ze houdt zoveel van taarten bakken dat ze regelmatig met een taart-overschot kampt en woont in Haarlem met haar vriend en een te dikke kat (niet taart-gerelateerd). In het dagelijks leven krijgt ze betaald om studenten te helpen hun studie door te komen en in haar vrije tijd houdt ze zich bezig met koken, eten fotograferen en daar dan weer over schrijven.

 

[plulz_social_like width=”350″ send=”false” font=”arial” action=”like” layout=”standard” faces=”false” ]

 

Advertenties